Het hout

De elementen die de stevigheid en de kwaliteit van een houten constructie bepalen, zijn het ontwerp, de plaatsing en uiteraard de prestaties van de materialen waaruit de constructie is vervaardigd. In dat opzicht is hout een materiaal dat heel wat troeven te bieden heeft. Hout is bijzonder geschikt om te weerstaan aan grote belastingen.
bois

Kenmerken van het hout

Duurzaamheid en gebruiksklasse (EN 350-2 / EN 335 / EN 460)

Door zijn organische aard kan hout getroffen worden door biologische factoren zoals insecten en zwammen. De natuurlijke duurzaamheid van een houtsoort geeft haar intrinsieke weerstand tegen biologische aanvallen aan. Deze risico’s zijn afhankelijk van de mate waarin het hout aan vocht wordt blootgesteld. Voordat u een houten terras of gevelbekleding ontwerpt, is het van essentieel belang om een aangepaste houtsoort te kiezen. Deze keuze wordt bepaald door verschillende parameters zoals de duurzaamheid, het esthetisch uitzicht, de mechanische eigenschappen, het gemak waarmee het kan worden bewerkt, de impact op het milieu, de beschikbaarheid, de prijs. Bij het kiezen van een houtsoort moet men bijzondere aandacht besteden aan de weersomstandigheden en de externe belastingen die eigen zijn aan de omgeving waar het terras of de gevelbekleding zal worden gelegd/aangebracht, alsook aan de gebruiksklasse van de gekozen houtsoort. De houtsoort moet immers voldoende duurzaam zijn, van nature of door bewerking, om bestand te zijn tegen de vochtigheidsgraad van de omgeving. Houten terrassen worden doorgaans ingedeeld in de gebruiksklassen 3 of 4. Gevelbekledingen worden ingedeeld in gebruiksklasse 3. De duurzaamheid van het hout is duidelijk een van de belangrijkste kenmerken waarmee men rekening moet houden bij de keuze van de houtsoort. Duurzaamheid is essentieel voor ontwerpers, architecten en bouwheren, want op basis van dit gegeven kan de voor te schrijven houtsoort worden gekozen en/of de conserveringsbehandeling die vereist is in functie van het type bouwwerk, alsook het doel en de ligging ervan. Houtsoorten die gebruikt worden voor de aanleg van een terras, moeten een duurzaamheid type 1, 2 of 3 vertonen.
Duurzaamheid (hardhout) Beschrijving Equivalentie (ter informatie)
1 zeer duurzaam > 25 jaar
2 duurzaam 15 tot 25 jaar
3 matig duurzaam 10 tot 15 jaar
4 weinig duurzaam 5 tot 10 jaar
5 niet duurzaam < 5 jaar
Natuurlijke duurzaamheid is een begrip dat onlosmakelijk verbonden is met de gebruiksvoorwaarden van het hout. In de norm EN 335-1 worden 5 gebruiksklassen beschreven:  
Gebruiksklasse Gebruiksomgeving Gebruiksvoorbeelden
1 Hout altijd droog. Vochtigheidsgraad van het hout altijd < 20% Tegen de vochtigheid beschut binnenschrijnwerk: parket, binnentrappen.
2 Droog hout, niet in contact met de grond, waarvan de vochtigheidsgraad occasioneel meer dan 20% kan bedragen (oppervlak tijdelijk of ongewild bevochtigd) Verluchte geraamtes en skeletten.
3 Hout niet in contact met de grond, onderhevig aan wisselende vochtigheid en droogte (bv. slecht weer of condensatie). Vochtigheidsgraad frequent < 20%. Alle elementen van constructies of verticaal buitenschrijnwerk die blootgesteld zijn aan de regen: gevelbekleding, vensters … Niet-verluchte geraamtes. Beschutte elementen die condensatie vertonen.
4 Hout permanent in contact met de grond en met zoet water. Vochtigheidsgraad altijd > 20%. Palen, staken, massief hout of gelamineerd hout dat in contact komt met de grond, hout ondergedompeld in zoet water …
5 Hout dat permanent in contact komt met zeewater. Havenconstructies, aanlegsteigers, golfbrekers …

Bestendigheid tegen termieten

De beschouwde bestendigheid tegen termieten is de natuurlijke weerstand van hardhout volgens de norm NF EN 350-2 ofwel de weerstand die werd verkregen door een aangepaste conserveringsbehandeling volgens de vereisten van de norm NF B 50-105-3 voor de vermelde gebruiksklasse. D: duurzaam M: matig duurzaam S: gevoelig

Stabiliteit

Tijdens hun levensduur kunnen houten terrasplanken uitzetten en krimpen naargelang van de klimaatschommelingen. Tijdens deze cycli kan het hout vervormen, splijten, barsten … Het is belangrijk dat de ontwerper de eigenschappen van elke houtsoort goed kent om tot een kwalitatief resultaat te komen, ongeacht de gekozen houtsoort. Daartoe werd de volgende waardeschaal opgenomen in de samenvattende tabel: PS: weinig stabiel MS: matig stabiel S: stabiel

Hardheid (NF EN 1534)

Classificatie in vier niveaus: A: 10 tot 20 N/mm2 B: 20 tot 30 N/mm2 C: 30 tot 40 N/mm2 D: > 40 N/mm2

Uitzicht

Hout is een van nature heterogeen materiaal dat een aantal bijzonderheden vertoont die van bij het begin aanwezig zijn of bij het verouderen opduiken (knopen, barsten …). De aanwezigheid van dergelijke bijzonderheden op een houten plank betekent niet dat ze niet geschikt is of wordt voor het voorziene gebruik. Vaak hebben deze bijzonderheden ook geen impact op de technische kenmerken ervan.

Vereiste geometrische kenmerken voor terrasplanken

Maximale slankheidsgraad van de planken

Om extreme vervormingen tijdens de levensduur van een plank te vermijden, wordt de verhouding breedte/dikte tot een maximale drempelwaarde beperkt. Deze drempelwaarde is afhankelijk van de natuurlijke, intrinsieke stabiliteit van de houtsoort. Hoe stabieler de houtsoort bij het uitzetten en krimpen is, des te hoger is de toegelaten bovengrens. De toegelaten waarden worden vermeld in de onderstaande samenvattende tabel (menu “Houtsoorten”).

Minimale dikte van de planken

Omwille van de stabiliteit en de veiligheid wordt aangeraden geen planken te gebruiken die dunner zijn dan de waarden vermeld in de onderstaande samenvattende tabel (menu “Houtsoorten”).

Bovenkant van de planken

De kanten van de planken moeten worden stukgeslagen. Bij een afgeronde kant moet de krommingsstraal groter dan of gelijk aan 2 mm zijn.

Hout en vochtigheid

Hout is een hygroscopisch materiaal, m.a.w.: het kan vocht uit de omgeving opnemen en ook weer aan de omgeving afgeven. Bij het bewerken en verwerken van hout moet de vochtigheidsgraad ervan worden aangepast aan de omgeving waarin het zal worden gebruikt. Alle aspecten die met water te maken hebben, zijn bijzonder belangrijk bij de verwerking van hout. Als men daarmee geen rekening houdt, kunnen ze tot heel wat problemen leiden zoals vervormingen vóór en na de verwerking, verminderde mechanische eigenschappen, fouten door droging …

Kromtrekken of schotelen van hout

Kromtrekken is een fenomeen dat inherent is aan houtmaterialen. Dit is een van de problemen die men het vaakst tegenkomt bij houten vloerbedekkingen (terras, parket). Het kan worden toegelaten, op voorwaarde dat het binnen aanvaardbare limieten blijft. Voor meer informatie verwijzen we onder andere naar het dossier 2/2008 (bestek 9) van het TCHN en naar de geldende normen.

Parameters die de mate van kromtrekken beïnvloeden

Gradiënt van het vochtgehalte in het hout: het verschil in vochtgehalte tussen de boven- en onderkant van de plank is een zeer belangrijke parameter bij het kromtrekken ervan. Het is immers deze gradiënt die aanleiding geeft tot de differentiële krimp of uitzetting van het hout en die verklaart waarom de vervormingen soms concaaf (bovenkant laagste vochtigheidsgraad) en soms convex (bovenkant hoogste vochtigheidsgraad) zijn. Zaagwijze van het hout: aangezien de vervormingen van het hout sterker uitgesproken zijn (bijna dubbel zo groot) in de tangentiële vezelrichting dan in de radiale richting, kan men stellen dat de zaagwijze onvermijdelijk invloed heeft op de mate van kromtrekken. Houtsoort: net zoals de zaagwijze heeft ook de houtsoort een zekere impact op het kromtrekken, vermits een minder stabiele houtsoort bij een zelfde wijziging van het vochtgehalte sterkere vervormingen zal vertonen. Slankheidsgraad van de planken: de slankheidsgraad is de verhouding tussen de breedte en de dikte van de planken. Het spreekt voor zich dat naarmate deze verhouding hoger is, het risico op kromtrekken toeneemt.

De vaakst gebruikte houtsoorten

LOOFBOMEN UIT GEMATIGDE KLIMAATZONES EN TROPISCHE HOUTSOORTEN

Houtsoorten zonder spint voor gebruik zonder behandeling Herkomst Dichtheid gemiddeld kg/m3 (H = 15%) Type 1 Geschiktheid voor gebruiksklassen Type 2 Geschiktheid voor gebruiksklassen Duurzaamheidsklasse (NBN-EN 350-2) Bestendigheid tegen stadstermieten Hardheid Stabiliteit Max. slankheidsgraad (b/d) Min. nominale dikte (mm) Opmerkingen
3a 3b 4 3a 3b 4
Amerikaans mahonie Swietenia macrophylla AL 550 2 S Kleurverandering bij contact met ijzer en koper in vochtige omgeving
Afrormosia Pericopsis elata AF 700 1/2 S
Afzelia doussié Afzelia bipidensis AF 800 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D C S 6 19 Oppervlakken ontvetten vóór afwerking Risico op bloeden
Amarante Peltogyne spp. AL 850 Ja Ja Nee Ja Ja Nee 2/3 M C MS
Angelim / Sapupira Hymenolobium spp. AL 750 2 MS
Azobé Lophira alata AF 1050 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1/2 D D PS 4 50 Beperkt gebruik door risico op vervorming
Balau / Bangkirai Shorea laevis AS 950 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 2/3 D C MS 6 19 Grote verscheidenheid in uitzicht en dichtheid
Basralocus / Angélique Dicorynia guianensis AL 750 Ja Ja Nee Ja Ja Nee 2 M C MS 6 21
Bilinga Nauclea diderrichii AF 750 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D C MS 5 27 Risico op vervorming
Bossé Guarea cedrata & Guarea laurentii (bossé licht) Guarea thompsonii (bossé donker) AF 600 2 S Uitzweten van hars mogelijk bij G.c.
Bubinga Guibourtia demeusii AF 850 2 MS Risico op vervorming
Kastanje Castanea sativa EU 600 Ja Ja Ja Ja Ja Nee 2 M B MS 5 22
Europese eik (zomereik) Quercus petraea of robur EU 700 Ja Ja Ja Ja Ja Nee 2 M C MS 5 22 Wordt zwart bij contact met ijzer in vochtige omgeving
Cumaru Dipteryx spp. AL 1070 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D D MS 6 19 KD (Kiln-dried)
Framiré Terminalia ivorensis AF 550 2/3 Wordt zwart bij contact met ijzer in vochtige omgeving
Gonçalo alves / Muiracatiara Astronium spp. AL Ja Ja Ja Ja Ja Ja D C MS 5 19 KD (Kiln-dried)
Ipé Tabebuia spp. AL 1050 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D D S 7 19
Iroko Milicia spp. AF 650 Ja Ja Ja Ja Ja Nee 1/2 D C MS 5 21 Wordt zwart bij contact met ijzer in vochtige omgeving
Itauba Mezilaurus itauba AL 850 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D C MS 5 19
Jarrah Eucalyptus marginata AS AU 800 1 MS
Jatoba Hymenaea courbaril AL 900 Ja Ja Ja Ja Ja Nee 2 M D MS 5 19 KD (Kiln-dried)
Kapur Dryobalanops spp. AS 700 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1/2 M B MS 6 19
Karri Eucalyptus diversicolor AU AS 880 2 MS
Keruing Dipterocarpus spp. AS 800 3 MS
Kosipo Entandrophragma candollei AF 650 2/3 S
Louro gamela Ocotea rubra AL 660 2 MS
Maçaranduba Manilkara spp. AL 1050 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D D PS 5 21 Risico op barsten en vervormingen
Makoré Tieghemella heckelii AF 660 1 S
Meranti, Dark Red Shorea spp. AS 680 2/3 S
Merbau Intsia spp. AS 800 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1/2 M D S 7 19 Oppervlakken ontvetten vóór afwerking Groot risico op bloeden
Moabi Baillonella toxisperma AF 850 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D C MS 6 19
Movingui Distemonanthus benthamianus AF 700 3 S
Niangon Heritiera utilis en H. densiflora AS 700 3 S Oppervlakken ontvetten vóór afwerking
Okan Cylicodiscus gabunensis AF 910 1 MS
Padoek Pterocarpus soyauxii AF 750 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D C S 6 19
Panga-Panga Millettia stuhlmannii AF 850 2 S
Robinia Robinia pseudoacacia EU 750 Ja Ja Ja Ja Ja Ja/nee 1/2 D C PS 4 22 Uiterst zeldzaam in grote lengte en breedte
Sapelli Entandrophragma cylindricum AF 650 3 S
Sipo Entandrophragma utile AF 650 2/3 S
Tali Erythrophleum spp. AF 900 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 D D MS 4 27 KD (Kiln-dried)
Tatajuba Bagassa guianensis AL 800 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1/2 D C PS 5 21 KD (Kiln-dried)
Teak Tectona grandis AS 650 Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1 M B S 6 19 De duurzaamheid van aangeplant teakhout (AF, AL) varieert van 2 tot 3. Oppervlakken ontvetten vóór afwerking
Tiama Entandrophragma angolense AF 550 3 S Risico op vervorming
Tola Gossweilerodendron balsamiferum AF 500 2/3 S Oppervlakken ontvetten vóór afwerking
Wengé Millettia laurentii AF 850 2 S

HARSHOUDENDE HOUTSOORTEN

Houtsoorten zonder spint voor gebruik zonder behandeling Herkomst Dichtheid gemiddeld kg/m3 (H = 15%) Type 1 Geschiktheid voor gebruiksklassen Type 2 Geschiktheid voor gebruiksklassen Duurzaamheidsklasse (NBN-EN 350-2) Bestendigheid tegen stadstermieten Hardheid Stabiliteit Max. slankheidsgraad (b/d) Min. nominale dikte (mm) Opmerkingen
3a 3b 4 3a 3b 4
Douglas / Oregon pine Pseudotsuga menziesii EU AN 550 Ja Ja Nee Ja Nee Nee 3 S B MS 6 20 Harsrijke houtsoorten ontvetten vóór afwerking
Douglas / Oregon pine Pseudotsuga menziesii (behandeld voor gebruik in klasse 3b) EU AN 550 Ja Ja Nee Ja Nee Nee 3 D A MS 6 20 Harsrijke houtsoorten ontvetten vóór afwerking
Gewone spar Picea abies EU 450 4 S Oppervlakken ontvetten vóór afwerking Risico op bloeden
Hemlock Tsuga spp. (behandeld voor gebruik in klasse 4) Ja Ja Ja Ja Ja Ja S A MS 6 20
Lariks Larix spp. EU 600 Ja Ja Nee Ja Nee Nee 3/4 S B MS 6 20 Harsrijke houtsoorten ontvetten vóór afwerking Risico op vervorming
Zeeden Pinus pinaster (behandeld voor gebruik in klasse 4) EU Ja Ja Ja Ja Nee Ja D B MS 6 20
Grove den Pinus sylvestris (behandeld voor gebruik in klasse 4) EU 500 Ja Ja Ja Ja Ja Ja D A MS 6 20
Western red cedar Thuya plicata AN 370 Ja Ja Nee Ja Ja Nee 2 S <A S 6 27 Geringe oppervlaktedichtheid (perforatie)
Yellow pine Pinus spp. AN 540 3 S Harsrijke houtsoorten ontvetten vóór afwerking

Bronnen: NF DTU 51.4, NF B54-040, Tropix, TCHN, Belgian Woodforum.