Aanleg van een houten terras

Deze pagina is niet bedoeld als uitgebreide handleiding voor het ontwerpen en realiseren van houten terrassen. We willen hiermee alleen een kort overzicht geven van enkele essentiële aspecten die heel gedetailleerd worden beschreven in de teksten van de normen (met name de norm NF DTU 51.4 Buitenvloeren in hout en NF B54-040 Planken voor buitenvloeren in hout) en in andere naslagwerken, waaruit we de meeste van onderstaande teksten en tekeningen hebben gehaald. Om een optimaal resultaat te behalen, raden we aan dat u een beroep doet op professionals en alleen kwaliteitsmaterialen gebruikt. De ambachtslui en professionals die houten terrassen ontwerpen en leggen, zijn verplicht zich te voegen naar de vereisten van de geldende normen en reglementeringen, alsook naar de regels van de kunst en naar de instructies en bestekken die door de fabrikanten van de gebruikte producten en materialen worden bezorgd.
10-2-2-1-img01

De elementen van een houten terras

10-2-2-1-img01
  • 1. Vloerplanken
  • 2. Draagbalken Twee mogelijke concepten: met of zonder draagbalk
  • 3. Gebinte: vloerbalk in lopende delen en rondom
  • 4. Hang- en sluitwerk voor het gebinte
  • 5. Hang- en sluitwerk ter verankering van het gebinte
  • 6. Vloerdragers
  • 7. Grondwerk
  • 8. Natuurlijke ondergrond

Het gebinte

Het gebinte bestaat uit hout met rechthoekige doorsnede. De vloerbalken spelen een structurele rol en vormen de mechanische ondersteuning en bevestiging van de planken vloer. De balken worden in dezelfde richting als de hoogte van de doorsnede gelegd, m.a.w.: de korte kant van de doorsnede ligt horizontaal en steunt op de stutten. Het omtrekkader bestaat uit omliggende vloerbalken. Bij de realisatie moet men trachten te vermijden dat de vloerbalk in contact komt met stilstaand water. Als de planken rechtstreeks op de vloerbalken worden gelegd, zonder draagbalk, raden we aan deze laatsten te beschermen met een bitumenstrip met polyesterarmatuur.
10-2-2-1-img03

10-2-2-1-img03

De draagbalken

Twee concepten zijn mogelijk: met of zonder draagbalken. Draagbalken zijn houten balken met een kleinere doorsnede dan de vloerbalken, die op regelmatige afstanden van elkaar worden geplaatst, loodrecht op de lopende vloerbalken. Ze maken deel uit van de “plankenvloer” en vormen de verbinding tussen de primaire structuur (de vloerbalken) en de planken van het terras. Het omtrekkader bestaat uit omliggende draagbalken. De dimensionering ervan is belangrijk, o.a. om een perfecte verankering van de plankbevestigingen te garanderen, en de afstand tussen deze draagbalken is essentieel om te vermijden dat de plankenvloer onder invloed van een belasting te sterk gaat doorbuigen. De draagbalken worden in de breedte gelegd, m.a.w.: de lange kant van de doorsnede ligt parallel met de grond. Bij hun alignering moet een correcte afstand tussen de steunen worden gerespecteerd, met name in functie van de houtsoort, de afmetingen van de te leggen planken en het type bouwwerk (type 1 of type 2).
De draagbalken moeten op de steun worden vastgemetseld, geschroefd of bevestigd om een voortijdige vervorming door verzakking te vermijden. We benadrukken dat de houtsoort voor de gebruikte draagbalken minstens dezelfde dichtheid en duurzaamheid moet hebben als de houtsoort van de gebruikte houten planken. Algemeen kunnen we stellen dat een hardere houtsoort bevestigen op een zachtere houtsoort verboden is. De draagbalken moeten minstens 50 mm breed zijn voor het lopende gedeelte van de plank en 70 mm ter hoogte van de twee uiteinden van de tegen elkaar gelegde planken, behalve wanneer men met dubbele draagbalken werkt. Deze oplossing is aanbevolen, waarbij men ervoor zorgt dat de uiteinden van de planken van elkaar verwijderd zijn om de drainering van de kopuiteinden te verzekeren. We raden aan om de draagbalken te beschermen met een bitumenstrip met polyesterarmatuur.

De vloerplanken

De houtsoorten die het vaakst voor de vloerplanken worden gebruikt, staan in de tabellen in de rubriek getiteld “Het hout”; de hier vermelde informatie komt voornamelijk uit de norm NF B54-040. De dimensionering van de planken voor een houten vloer moet gebeuren in overeenstemming met de algemene principes van de Eurocode 5 (NF EN 1995-1-1). Het is belangrijk dat daarbij de maximale slankheidsgraad (breedte/dikte) van de gekozen houtsoort wordt gerespecteerd. De belangrijkste criteria voor de doorbuiging zijn: - Type 1 (of standaard): De maximale onmiddellijke doorbuiging bij belasting moet minder dan 5 mm zijn. - Type 2 (of comfort): De maximale onmiddellijke doorbuiging bij belasting moet minder dan 3 mm zijn. Op ieder punt waar de planken op de stutten steunen, moet een bevestiging aangebracht worden, zowel in het lopende gedeelte als aan het uiteinde van de plank, en dat ongeacht de breedte van de plank.
10-2-2-1-img04

 
10-2-2-1-img05
 

Vochtigheidsgraad van de planken

Door zijn hygroscopisch karakter kan hout zowel vocht opnemen als verliezen onder invloed van de lucht- en temperatuuromstandigheden waarin het wordt gelegd. De vochtigheidsgraad van de planken is een essentieel element dat bij gebruik van hout in de gaten moet worden gehouden. Het is een van de belangrijkste criteria voor de duurzaamheid en vormvastheid van de gebruikte elementen. De vochtigheidsgraad van de terrasplanken moet in ieder geval gecontroleerd worden vóór de planken worden verwerkt. Gebruik daarvoor een correct geijkte hygrometer met punten. De vochtigheidsgraad van de planken bij plaatsing mag niet meer dan 18% bedragen. Idealiter wordt bij het plaatsen hout gebruikt waarvan de vochtigheidsgraad nauw aanleunt bij de gemiddelde evenwichtsvochtigheidswaarde op de locatie waar het terras wordt gelegd. In dat geval zullen de bewegingen in het hout die zich tussen de vochtige en de droge periodes voordoen, beperkt blijven. Algemeen raden we ten stelligste af om tijdens erg droge periodes vochtige terrasplanken te gebruiken. De vochtigheid in het hout zal geen tijd hebben gekregen om zich te stabiliseren in functie van de omgeving, en door de te snelle droging zullen sterke spanningen optreden, die leiden tot scheurtjes en vervormingen.
Om een uitstekende stabiliteit van de terrasplanken te behouden (en met name het kromtrekken ervan te verminderen), is het belangrijk dat een correcte verluchting wordt voorzien (minstens 10 cm tussen de grond en de draagbalken). Door gebruik te maken van minder brede planken (max. 120 mm), kunt u eveneens het kromtrekken ervan sterk verminderen, alsook de omvang van de uitzettings- en krimpbewegingen die de planken ondergaan.

Afstand tussen planken

10-2-2-1-img06

1. Toegestane afstand 3 tot 12 mm

De opeenvolgende seizoenen, met de schommelingen in de relatieve luchtvochtigheid, zorgen ervoor dat het hout uitzet en krimpt. Men moet dan ook de nodige aandacht besteden aan het bepalen van de juiste afstand die tussen de planken moet worden voorzien bij de plaatsing (niet te veel, niet te weinig). De afstand die bij de plaatsing tussen de planken moet worden voorzien, is hoofdzakelijk afhankelijk van de houtsoort, de vochtigheidsgraad van het hout, de breedte van de planken en de extreme weersomstandigheden op de bewuste locatie (temperatuur en relatieve luchtvochtigheid in de zomer en de winter bepalen de evenwichtsvochtigheid van het hout). De afstand tussen de planken mag nooit minder dan 3 mm en meer dan 12 mm bedragen.
De HardWood Clip® en SoftWood Clip beschikken over een geïntegreerde afstandshouder die beschikbaar is in verschillende groottes (3 mm – 5 mm – 7 mm) en bedoeld is om automatisch de juiste afstand tussen de planken te voorzien. Verder helpt deze afstandshouder om het uitzetten en krimpen van de planken onder controle te houden en zo afwijkende situaties te vermijden, zoals te grote afstanden of planken die met elkaar in contact komen. Afstand en drogen van het hout Er bestaan twee houtdrogingstypes: AD (Air-Dried) of in lucht gedroogd en KD (Kiln-Dried) of in droogkamer gedroogd. De resterende vochtigheidsgraad van AD-hout bedraagt doorgaans meer dan 18%. Na de plaatsing, en met name tijdens de droge periodes in de zomer, zullen planken in AD-hout beginnen krimpen, waarbij ze een grote hoeveelheid van hun vocht verliezen. Hierdoor zal de afstand tussen de terrasplanken groter worden. Om in droge periodes ongewoon grote afstanden tussen de planken te vermijden, raden we aan de planken met een beperkte onderlinge afstand te leggen, doorgaans 3 tot 5 mm, onder andere in functie van de houtsoort, de vochtigheidsgraad van het hout op het ogenblik van de plaatsing, de afmetingen en de temperatuur- en vochtigheidswaarden op de bewuste locatie (evenwichtsvochtigheidsgraad). De minimale afstand van 3 mm bij plaatsing geldt alleen als de vochtigheidsgraad bij plaatsing gelijk is aan of meer bedraagt dan de maximale evenwichtsvochtigheid van de bewuste locatie (gemiddeld 22% voor België) of het verzadigingspunt van de gebruikte houtvezels, als dat lager ligt (bv. 20% voor Ipé). Anderzijds zullen planken in KD-hout, waarvan de resterende vochtigheidsgraad doorgaans minder dan 18% bedraagt, na hun plaatsing tijdens de vochtige winterperiodes beginnen uitzetten doordat hun vochtigheidsgraad toeneemt tot het maximale evenwichtsniveau van de bewuste locatie. Om te vermijden dat de afstanden tijdens de vochtige periodes ongewoon klein worden of dat de planken elkaar gaan raken, raden we aan de planken op voldoende afstand van elkaar te leggen, doorgaans 5 tot 7 mm, onder andere in functie van de houtsoort, de vochtigheidsgraad van het hout op het ogenblik van de plaatsing, de afmetingen en de temperatuur- en vochtigheidswaarden op de bewuste locatie (evenwichtsvochtigheidsgraad). De vochtigheidsgraad van de terrasplanken moet in ieder geval gecontroleerd worden vóór de planken worden verwerkt (zie hierboven “Vochtigheidsgraad van de planken”).
10-2-2-1-img07

Onzichtbare bevestigingen

Onzichtbare bevestigingen zijn interessant voor de duurzaamheid van het bouwwerk (minder waterretentiepunten), maar ook voor het esthetische karakter en de veiligheid. Het is van essentieel belang dat men kiest voor een systeem dat door een erkende onafhankelijke instantie werd beoordeeld en waarvoor ontwerp- en plaatsingsvoorschriften werden opgesteld. De HardWood Clip® is het enige onzichtbaar bevestigingssysteem dat door twee erkende onafhankelijke instanties werd beoordeeld: het FCBA in Frankrijk en het TCHN in België.

Voorboring

Voorboren is altijd aanbevolen, vooral bij harde houtsoorten. Dit is onmisbaar:
  • - bij houtsoorten met een dichtheid van > 800 kg/m3
  • - aan het uiteinde van de planken.
10-2-2-1-img08

Soorten terrassteunen

Er zijn verschillende soorten steunen mogelijk:
Steun in hout Steun in beton
Beplating (planken + draagbalken) op lineaire elementen in hout 10-2-2-1-img08 Beplating (planken + draagbalken) op betonnen vloerplaat 10-2-2-1-img08
Beplating (planken + draagbalken) op lineaire elementen in hout 10-2-2-1-img08 Beplating (planken + draagbalken) op betonnen vloerplaat 10-2-2-1-img08
Steun in metaal Steun met polymeerblokken
Beplating (planken + draagbalken) op lineaire elementen in metaal 10-2-2-1-img08 Beplating (planken + draagbalken) op betonblokken en betonnen vloerplaat 10-2-2-1-img08
Beplating (alleen planken) op lineaire elementen in metaal 10-2-2-1-img08 Beplating (planken + draagbalken) op blokken, geotextiel en onbewerkte gestabiliseerde grond 10-2-2-1-img08

Plaatsingsvoorbeelden op verschillende steunen

Plaatsing op een betonplaat of tegelvloer

De draagbalken worden op platen vastgeklonken, geschroefd of vastgemetseld en waterpas gemaakt.
2. Verticale doorsnede draagbalken op betonplaat (lopend gedeelte)
10-2-2-1-img10
  • 1. Vloerplank, dikte 3-1-2: “e”.
  • 2. Draagbalk, hoogte volgens 3-1-2: “h”.
  • 3. Gewapend betonplaat, dikte 120 mm, gedoseerd op minstens 350 kg cement/meter beton (wapeningsnet).
  • 4. Zand dikte 50 tot 100 mm.
  • 5. Niveau funderingsbodem. Niveau voor verwijdering – 200 mm/natuurlijke ondergrond.
  • 6. Barrière tegen opstijgend capillair water.
  • 7. Bevestiging.
  • 8. Individuele stut in hard composietmateriaal met tussenafstand “x” volgens 3-1-2, dikte 10 mm of 20 mm volgens richting draagbalk ten opzichte van helling vloerplaat.
  • 9. Helling min. 1%.

Plaatsing op een waterdicht terras

Plaatsing van de draagbalken en bevestiging op verstelbare vloerdragers in pvc (8 vloerdragers/m²).

10-2-2-1-img11

  • 1. Vloerplanken of vloerplaat
  • 2. Draagbalk
  • 3. Vloerdrager in polymeer
  • 4. Betonplaat of gestabiliseerde en genivelleerde grond met draagvermogen van meer dan 2 bar
  • 5. Geotextiel

Plaatsing op een ondergrond van aarde

Om zettingsverschillen van het terras te vermijden, rusten alle draagbalken bij dit soort ontwerp op steunblokken die het draagvermogen ten opzichte van de grond volledig homogeen maken. Breng een laag geperst en vlak zand of grind aan. Plaats vloerdragers van mortel (straatstenen of snelbouwstenen) ter ondersteuning van de draagbalken (doorgaans 1 vloerdrager per 50 cm). Controleer de niveaus en de hoogte. Bevestig de draagbalken op de vloerdragers (vastschroeven, vastklinken).
2. Verticale doorsnede op betonnen vloerdragers

10-2-2-1-img12

  • 1. Grof beton, steun van de vloerdragers.
  • 2. Uitgegraven funderingsbodem voor iedere vloerdrager.
  • 3. Vooraf gefabriceerde of ter plaatse gegoten vloerdrager.
  • 4. Vloerbalk (volgens 3-1-3).
  • 5. Vloerplank.
  • 6. Natuurlijke ondergrond.

Bijkomende tips

Materiaalverlies

Optimaliseer uw rendement met een nauwkeurige werktekening. Voor een plaatsing in strokenpatroon moet u 5% tot 10% extra oppervlakte voorzien. Voor een plaatsing in visgraatpatroon (gesneden op 45°), met krommingen of met gewone voegen moet u 15% tot 20% extra oppervlakte voorzien.

Opslag van het hout

Het is raadzaam om de houten planken op te slaan op een goed verluchte plaats in een loods, bij voorkeur goed vastgesjord en met latten tussen iedere rij, of buiten onder een zeildoek. Rechtstreekse blootstelling aan het zonlicht moet worden vermeden.

Een plank met verbogen rand rechten

Wanneer een plank een sterke vervorming in de lengte vertoont (doorbuiging aan de rand of de smalle zijde), moet men vermijden om ze te willen rechten met behulp van een mechanisch systeem. Na bevestiging van de plank zijn de interne spanningen in het hout zo groot dat de schroeven de vervorming slechts tijdelijk zullen kunnen tegenhouden. We raden dan ook sterk aan om aan de onderkant van de plank een insnijding te maken, in de lengte, zodat de spanningen kunnen vrijkomen. Verder raden we ook aan om de lengte van de plank te beperken.

Instelling van de elektrische schroevendraaier

Het is belangrijk dat het koppel en de rotatiesnelheid van de elektrische schroevendraaier correct worden ingesteld; zo vermijdt u dat de schroeven bij de plaatsing breken of beschadigd raken. We raden aan om vooraf een test te doen op een weggegooid stuk van een plank.

Helling van de betonnen steun

Om een optimale afvoer van het water op het oppervlak van de plaat mogelijk te maken, moet de plaat met een minimale helling van 1,5% worden gelegd, met het hoogste punt aan de kant van de woning.